Chronische pijn en vermoeidheid vormen een steeds grotere uitdaging binnen de gezondheidszorg. Voor kinesitherapeut Philippe Quetin— gespecialiseerd in chronische pijnproblematiek — begon die zoektocht niet vanuit theorie, maar vanuit een heel persoonlijk proces van confrontatie, twijfel en verwerking. Hij schreef er een boek over, gericht naar zorgprofessionals. In Weg van pijn? Een pijnkompas wordt deze complexe realiteit vertaald naar de klinische praktijk.
Philippe Quetin is kinesitherapeut en pijnspecialist. Hij richt zich voornamelijk op complexe, langdurige pijnklachten en is daarnaast als praktijkassistent verbonden aan de UHasselt. In zijn nieuwste boek bundelt hij meer dan twaalf jaar ervaring met chronische pijn. De aanleiding was het verlies van een patiënte — en de daaruit voortvloeiende nood om klinische reflexen rond pijn kritisch te herzien.
Het boek biedt zorgprofessionals handvatten om chronische pijn beter te begrijpen, te beoordelen en te begeleiden, met aandacht voor zowel de patiënt als de zorgverlener zelf. Weg van pijn? Een pijnkompas vertaalt deze visie naar de klinische praktijk en biedt een hanteerbaar kompas voor triage, het inschatten van draagkracht en fase, het doseren van evidence-informed interventies en het vermijden van diagnostische en therapeutische escalatie zonder meerwaarde.
Recente inzichten
Weg van pijn? Een pijnkompas reikt handvatten aan om multidisciplinaire samenwerking te versterken en zorg te organiseren rond één gedeelde richting, met levenskwaliteit als centrale uitkomstmaat. Het boek is bedoeld voor zorgprofessionals die hun begrip van chronische pijn willen verdiepen en hun handelen willen verfijnen — met meer precisie, samenhang en menselijkheid.
Op basis van recente inzichten uit de pijnwetenschap, predictive processing en complexiteitsdenken legt Philippe Quetin uit hoe pijn ontstaat en vaak een beschermend, maar soms hardnekkig patroon vormt: geen ‘fout’ op één plek, maar een systeemtoestand.
Multidimensioneel fenomeen
Chronische pijn is een complex en multidimensioneel fenomeen dat zich niet laat herleiden tot één oorzaak of één discipline. Het ontstaat uit een voortdurende interactie tussen biologische, psychologische en sociale factoren, waarbij ook betekenis en context een belangrijke rol spelen. “Pijn is een fenomeen dat niet binnen één discipline te vangen is”, zegt Philippe Quetin. “De biologische, psychologische, sociale en zelfs existentiële dimensies ervan zijn onlosmakelijk met elkaar verweven.”
Chronische pijn laat zich dus niet reduceren tot één defect of één oorzaak. In dit boek wordt pijn benaderd als een dynamisch, multidimensioneel fenomeen: het resultaat van voortdurende interacties tussen neurobiologische, immunologische en endocriene processen, gedrag, context en betekenis. “Daarbij staat niet het zoeken naar één oplossing centraal, maar het ontwikkelen van een kompas dat richting geeft in complexe zorgsituaties, met levenskwaliteit als belangrijkste doel”, zegt Philippe Quetin.
Dynamische systeemtoestand
Vanuit recente inzichten binnen de pijnwetenschap wordt chronische pijn steeds vaker gezien als een dynamische systeemtoestand in plaats van een louter lichamelijk defect. “Deze visie vraagt om een bredere en meer geïntegreerde benadering in de zorg”, zegt Quetin. “Het is gestart vanuit een heel persoonlijk gevoel. Ik kom dagelijks met enorm veel zorgverleners in contact: in de praktijk, multidisciplinair en via de universiteit. Ik heb altijd geprobeerd open te zijn over mijn eigen struggles. Over hoe waardevol het werk kan zijn, maar ook hoe moeilijk het soms is om als zorgverlener geconfronteerd te worden met aanhoudend lijden, beperkte vooruitgang en de complexiteit van chronische pijn.”
De patiënten die blijven hangen
Als voormalig sportkinesist zag Quetin aanvankelijk vooral snelle hersteltrajecten. Maar de overstap naar chronische pijn en vermoeidheid bracht hem in contact met een heel andere realiteit. “Wanneer je met chronische pijn werkt, ontmoet je complexe verhalen en moeilijke situaties”, zegt Philippe Quetin. “Mensen zijn complexe wezens. Het loopt niet altijd netjes volgens een rechte lijn.”
Vooral de patiënten die hij niet kon helpen, lieten diepe sporen na. Hij verwijst onder meer naar Steffi, een patiënte waarmee zijn boek opent. “Zij is uiteindelijk geëuthanaseerd”, zegt Philippe Quetin. “Ik ben daar jarenlang niet goed van geweest. Ik wist toen al veel over pijn, ik had me jarenlang bijgeschoold, maar ik werd enorm geconfronteerd met mijn eigen grenzen. Mijn kennis was op dat moment niet voldoende. Ook de context en omgeving waren niet klaar om iets teweeg te brengen.”
Geen boek over technieken, maar over omgaan met complexiteit
Volgens hem herkennen veel zorgverleners dat gevoel van frustratie, verdriet, schuld en schaamte. “We bedoelen het allemaal goed”, zegt Quetin. “Soms boeken we prachtige resultaten, maar het zijn vooral de mensen die we niet konden helpen die ons als empathische zorgverleners bijblijven.”
Aanvankelijk probeerde hij een patiëntenboek te schrijven. “Dat was eigenlijk wat Steffi mij gevraagd had.” Maar onderweg besefte hij dat er al heel wat toegankelijke patiëntenboeken bestaan over pijn. “Wat ik miste, was een boek waarin ik mezelf als zorgverlener zou herkennen”, zegt Quetin. “Er zijn fantastische boeken geschreven door professoren en wereldexperts over pijntherapie, maar veel minder over hoe wij als therapeut omgaan met complexiteit.”
Zijn boek wil daarom vooral een kompas zijn voor zorgverleners. “Hoe zie ik nog het bos door de bomen? Hoe kunnen we met meer zachtheid kijken naar patiënten én naar onszelf?”, zegt Quetin. “Want ondanks alle kennis kunnen we soms nog heel weinig veranderen. Dat ligt niet aan ons, niet aan de patiënt — het ís gewoon complex.”
Acceptatie als vertrekpunt
In zijn zoektocht volgde hij ook psychotherapeutische opleidingen, onder meer in Acceptance and Commitment Therapy (ACT), een benadering die vaak gebruikt wordt bij chronische pijn. “Wij zorgverleners willen vaak zelf te snel gaan”, zegt Quetin. “We zijn resultaatgericht omdat we het moeilijk vinden mensen te zien lijden. Maar daardoor ontstaat soms spanning: de patiënt verwacht iets dat jij nog niet kan bieden.”
Volgens hem begint goede begeleiding met acceptatie — ook bij de zorgverlener zelf dat ze niet alle problemen kunnen oplossen. “We gaan niet de reddende engel van de patiënt zijn”, zegt Quetin. “We kunnen een gids zijn, een coach, maar niet degene die alles oplost.”
Vertragen en écht luisteren
Tegelijk waarschuwt hij ervoor om de verantwoordelijkheid volledig bij de patiënt te leggen. “Je mag niet zeggen: ‘Jij moet het doen’, zonder rekening te houden met de context waarin iemand leeft”, zegt Quetin. “Mensen functioneren binnen een socio-economische realiteit, een gezin, een werkomgeving, een multidisciplinaire setting. Dat evenwicht zoeken is ontzettend moeilijk.”
Een van de belangrijkste lessen die hij leerde, is vertragen. “Dat eerste gesprek met de patiënt is cruciaal”, zegt Quetin. “Ik ken weinig zorgverleners die zo’n gesprek op een kwartier of een half uur kunnen voeren. Bij mij duurt een eerste consult vaak een uur tot anderhalf uur.”
Daarbij gebruikt hij technieken uit motivational interviewing en ACT, met veel aandacht voor metaforen, open vragen en gezamenlijke reflectie. “Ik vraag mensen vaak letterlijk toestemming om elkaar eerst beter te leren kennen”, zegt Quetin. “Om samen te kijken naar de complexiteit van hun situatie. Bijna iedereen reageert daar positief op. Mensen willen vooral gehoord worden.”
Breder kijken levert nieuwe inzichten
Volgens hem voelen patiënten vaak haarfijn aan wanneer een zorgverlener vooral op zoek is naar een snelle oplossing. “Wij willen graag een goede kinesist, arts of psycholoog zijn. Dus willen we iemand snel helpen. Maar we moeten leren verdragen dat ons ‘messiascomplex’ niet vervuld zal raken.”
Dat vertragen leidt volgens hem ook tot betere zorg. Hij geeft het voorbeeld van een jonge vrouw met chronische pijn en vermoeidheid. “Door anderhalf uur uitgebreid te praten, kwamen we uit bij slaapapneu. Dat was nooit onderzocht omdat ze niet in het typische profiel paste. Uiteindelijk werd de diagnose bevestigd en gaat ze nu enorm vooruit.”
Fragmentering in de zorg
Zonder tijd en een brede blik was dat volgens hem wellicht gemist. “We weten dat slaap een van de belangrijkste voorspellers is van chronische pijn. Maar als je enkel symptomatisch werkt, zie je dat soms niet.”
Daarom probeert hij vanaf het eerste contact niet alleen symptomen in kaart te brengen, maar ook barrières voor herstel, verwachtingen en de context rondom de patiënt. “Je stuurt ook geen voetbalploeg het veld op zonder vooraf een plan te maken.”
Grote frustratie
Een grote frustratie bij patiënten is volgens hem de versnippering van de zorg. “Mensen worden overal naartoe gestuurd. Iedereen kijkt vanuit zijn eigen vakje.” Specialisatie heeft veel vooruitgang gebracht, benadrukt hij, maar tegelijk dreigt het overzicht verloren te gaan. “Iemand met twintig symptomen krijgt soms vijftien jaar lang aparte therapieën, zonder dat iemand kijkt hoe al die factoren elkaar beïnvloeden.”
Hoewel multidisciplinair werken in ziekenhuizen meer ingeburgerd is, blijft het in zelfstandige praktijken een enorme uitdaging. “Wachtlijsten zijn lang. Psychologen of andere specialisten zijn overbevraagd. Maar tegelijk weten we dat uitstel de kans op chronificatie vergroot.”
Een groeiend maatschappelijk probleem
Daarom probeert hij in de eerstelijnszorg korte lijnen uit te bouwen met artsen, psychologen, diëtisten en andere collega’s. Naast zijn boek wil hij zijn visie ook verder vertalen naar opleidingen voor zorgprofessionals. “Eind juni lanceer ik een kleine academie. Vanaf september starten ook opleidingen waarin ik samenwerk met andere professionals. Want ik heb ook niet alle kennis in huis.”
Daarnaast lopen er gesprekken met de Universiteit Hasselt om een postgraduaat rond chronische pijn op te richten. “In Gent bestaan dergelijke trajecten al, maar er zijn nog te weinig degelijke langetermijnopleidingen rond chronische pijn.”
Toenemend probleem
Alle toekomstige blogs, opleidingen en het pijnkompas voor zowel zorgverleners als patiënten zullen op de website qaliberhealth.be verschijnen. De website is momenteel nog in opbouw, maar vanaf juni komt er veel nieuwe content online, met verdere uitbreidingen later dit jaar.
Daarnaast wordt tegen het einde van het jaar de Qaliber Health vzw opgericht, die gratis initiatieven zal aanbieden rond pijnzorg voor patiënten en zorgverleners. Geïnteresseerden kunnen zich nu al inschrijven via de startpagina om op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen.
Postvirale syndromen
Volgens Quetin neemt de problematiek van chronische pijn en vermoeidheid duidelijk toe. “We gingen van één op vijf naar één op vier mensen met chronische pijn. Daarnaast zien we ook meer angst, depressie, slaapstoornissen, long covid en postvirale syndromen.” Hij verwijst naar bredere maatschappelijke factoren zoals stress, werkdruk, minder beweging, slechtere slaap en de impact van sociale media. “Preventie blijft de kern. Maar dat is tegelijk het moeilijkste én minst populaire aspect van gezondheidszorg.”
Toch blijft hij geloven in een meer menselijke, tragere en bredere aanpak. “Als zorgverleners moeten we leren verdragen dat we niet alles kunnen oplossen. Maar net in die zachtheid en samenwerking kunnen we soms het grootste verschil maken.”
BRON: MediQuality.be

