Ketamine en Co: Geen bewijs voor off-label gebruik

Volgens een meta-analyse gepubliceerd in de Cochrane Database of Systematic Reviews wordt het pijnstillende effect van lage doses ketamine en andere NMDA-antagonisten, die steeds vaker worden gebruikt voor de behandeling van chronische pijn, onvoldoende ondersteund door klinische studies, waardoor een afweging van risico’s en baten moeilijk is.

Receptoren voor N-methyl-D-aspartaat (NMDA) komen in de hersenen voor op talrijke activerende neuronen. Het blokkeren ervan heeft een dempend effect op de hersenen dat op talrijke gebieden medisch kan worden toegepast. NMDA-antagonisten hebben anesthetische, pijnstillende, antidepressieve en mogelijk neuroprotectieve eigenschappen.

Ketamine, een NMDA-antagonist, wordt al lang gebruikt in de anesthesie vanwege zijn goede verdovende en pijnstillende werking. Een pijnstillend effect wordt ook bereikt bij lage doses zonder bewustzijnsverlies te veroorzaken. De pijnstilling blijft ook gedurende de hele infusie behouden.

Volgens onderzoeken in Zuid-Korea en Nederland gebruikt 60 tot 70 procent van de pijnklinieken ketamine. Dit gebeurt meestal ‘off-label’, omdat ketamine niet is goedgekeurd voor de behandeling van chronische pijn.

Het aantal beschikbare gerandomiseerde klinische studies voor de onderzoeksgroep onder leiding van Michael Ferraro van het onderzoeksinstituut Neuroscience Research Australia (NeuRA) in Randwick, nabij Sydney, is dan ook beperkt.

67 studies hadden betrekking op 2 300 patiënten met verschillende chronische pijnklachten, waaronder neuropathische pijn (bijvoorbeeld bij diabetes of na herpes zoster), fibromyalgie en complexe regionale pijnsyndromen.

Geen van de gebruikte NMDA-antagonisten had een pijnstillend effect, hoewel Ferraro benadrukt dat dit niet mag worden gelijkgesteld met een gebrek aan effectiviteit. Een effect dat niet nauwkeurig is aangetoond, doet echter de balans tussen baten en risico’s in het nadeel uitvallen: het gebruik van NMDA-antagonisten is niet zonder risico’s en bijwerkingen.

Voor intraveneus gebruik van ketamine, de meest voorkomende behandelingsvorm, constateerden Ferraro en zijn team een onmiddellijke vermindering van de pijn van -15,79 DM (voor het gemiddelde verschil, een veelgebruikte effectmaat in meta-analyses), wat statistisch niet significant was. Voor de korte werkingsduur gaf de analyse een DM van -5,32 en voor een gemiddelde werkingsduur een DM van -8,70.

De gegevens waren nog beperkter voor orale behandeling met ketamine, dat zelden wordt gebruikt vanwege een lage darmabsorptie en een hoog first-pass-effect. Het first-pass-effect beschrijft hoe een geneesmiddel wordt afgebroken tijdens de eerste passage door de lever na inname, voordat het in het bloed terechtkomt.

Wat daarentegen wel zeker is, is dat het gebruik van ketamine via infusie gepaard gaat met bijwerkingen. Naast psychotomimetische effecten zoals waanideeën en delirium, zijn dat onder meer misselijkheid, braken en verhoogde speekselvloed.

Ferraro bepaalt een risicoratio van 3,26 op basis van 4 studies met 140 deelnemers, eveneens met een laag bewijsniveau. Bovendien kan het gebruik van ketamine na de behandeling leiden tot verslavings- en ontwenningsverschijnselen.

Studies hebben frequent gebruik van ketamine in verband gebracht met hepatobiliaire toxiciteit, d.w.z. leverschade, en cystitis. Maar ook hier ontbreken hoogwaardige veiligheidsgegevens om het risico te kunnen beoordelen.

De onderzoeksgroep heeft geen onderzoeksgegevens gevonden over de vraag of ketamine depressieve symptomen of opioïdengebruik kan verminderen, terwijl ketamine vaak wordt gebruikt bij patiënten met depressieve symptomen of opioïdentolerantie.

BRON: MediQuality.be

 

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *