Regering verscherpt toezicht op langdurige arbeidsongeschiktheid

De federale regering zet haar hervorming voort om mensen met langdurige arbeidsongeschiktheid weer aan het werk te krijgen. Met de goedkeuring in tweede lezing van de vierde reeks maatregelen, genaamd ReAT II, wil de regering van Frank Vandenbroucke de re-integratie op de arbeidsmarkt versnellen voor mensen wier gezondheidstoestand dat toelaat, en tegelijkertijd de verplichtingen van de ziekenfondsen, artsen en werkgevers aanscherpen.

Deze nieuwe stap maakt deel uit van een ingrijpende hervorming die al enkele jaren aan de gang is om het hoofd te bieden aan de voortdurende stijging van het aantal langdurig zieken. De uitgesproken ambitie is om blijvende uitsluiting van de arbeidsmarkt te voorkomen en tegelijkertijd de bescherming te handhaven van mensen voor wie een hervatting van de werkzaamheden om medische redenen niet haalbaar is. Dat maakt Frank Vandenbroucke bekend in een persbericht.

Op weg naar een meer systematische herbeoordeling van langdurig zieken

De meest opvallende maatregel betreft de mutualiteiten, die tegen 2029 zo’n 218.000 dossiers opnieuw zullen moeten onderzoeken. Personen die al meer dan een jaar als arbeidsongeschikt zijn erkend, zullen – behoudens uitzonderingen – elk jaar hun medisch attest bij hun behandelende arts moeten vernieuwen om hun erkenning en uitkeringen te behouden.

“De mutualiteiten nemen hun verantwoordelijkheid en tonen zich flexibel. De betrokkenen respectvolle en betere begeleiding bieden, hen sneller bereiken en hen weer uitzicht op werk geven via haalbare stappen: dat is onze missie, en die nemen we zonder aarzelen op ons”, benadrukt Jean-Pascal Labille, directeur van Solidaris, in dit persbericht.

De regering presenteert deze aanpak als een middel om de resterende arbeidscapaciteit beter in kaart te brengen en patiënten sneller te begeleiden naar een aangepaste terugkeer naar het werk wanneer dat mogelijk is.

Er zijn echter uitzonderingen voorzien, met name voor bepaalde ernstige aandoeningen, voor personen die onder een wettelijk vermoeden van arbeidsongeschiktheid vallen of voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd naderen.

Een grotere rol voor artsen

De hervorming bevestigt de veranderende rol van de behandelend arts, die voortaan centraal staat in het systeem voor terugkeer naar het werk. Het medisch attest is niet langer alleen een administratieve rechtvaardiging voor de afwezigheid; het wordt een essentieel onderdeel van de opvolging van de arbeidsongeschiktheid en de beoordeling van het potentieel voor herintreding.

Het wetsontwerp voorziet ook in een strengere regulering van het voorschrijven van arbeidsongeschiktheidsverklaringen. Artsen zonder opleiding in de huisartsgeneeskunde of zonder erkende specialisatie mogen deze verklaringen niet langer afgeven. Huisartsen mogen ze op hun beurt alleen opstellen voor patiënten van wie zij het volledige medische dossier beheren, behalve in uitzonderlijke omstandigheden.

Voor bepaalde aandoeningen, met name langdurige psychische stoornissen, moet na zes weken arbeidsongeschiktheid aanvullende informatie van andere zorgverleners aan het dossier worden toegevoegd.

In dit verband verklaart Xaviert Brenez (directeur van de Onafhankelijke ziekenfondsen) in dit persbericht eveneens:

“We hebben onze medische teams versterkt om mensen met langdurige arbeidsongeschiktheid uit te nodigen om samen met hen te bekijken of ze het werk kunnen hervatten, zelfs in deeltijd. »

Elektronisch attest en intensievere opvolging

Het elektronische attest wordt de standaardprocedure voor aanvragen van uitkeringen. De regering wil hiermee de kwaliteit van de aan de mutualiteiten doorgegeven gegevens verbeteren en de werkwijzen harmoniseren.

Tegelijkertijd zullen de mutualiteiten over uitgebreidere instrumenten beschikken voor de opvolging van de dossiers.

De attesten zullen automatisch worden gesorteerd: sommige worden automatisch verlengd, terwijl andere aanleiding geven tot een grondige analyse of zelfs tot een uitnodiging van de patiënt.

Op termijn zou elke uitkeringsgerechtigde minstens één keer per vier jaar een persoonlijk contact moeten hebben met een medisch adviseur of een multidisciplinair team.

Ook inzetten op preventie

Naast controle omvat de hervorming ook een belangrijk preventief luik. De regering wil de eerstelijns psychologische zorg versterken, preventieve maatregelen tegen burn-out ontwikkelen en de rol van de arbeidsgeneeskunde bij de vroegtijdige opsporing van risicosituaties vergroten.

Ook zal een nieuw mechanisme, de „aanvulling voor deelname aan de arbeidsmarkt”, worden getest. Dit mechanisme is bedoeld om tijdelijke arbeidstijdverkortingen om gezondheidsredenen financieel te stimuleren, om zo een volledige stopzetting van de werkzaamheden te voorkomen.

Verantwoordelijkheid voor alle betrokkenen

De rode draad in ReAT II is het principe van verantwoordelijkheid. De ziekenfondsen zullen hun controles moeten intensiveren, artsen zullen arbeidsongeschiktheid beter moeten documenteren en de kwestie van de terugkeer naar het werk in het zorgtraject moeten integreren. Werkgevers worden op hun beurt opgeroepen om hun inspanningen op het gebied van re-integratie te versterken en meer bij te dragen aan de financiering van het systeem.

Volgens Frank Vandenbroucke moet de hervorming het mogelijk maken om begeleiding en activering te combineren. Het valt nog te bezien hoe deze nieuwe verplichtingen in de praktijk zullen worden opgepakt. Verschillende bepalingen dreigen namelijk de administratieve lasten voor huisartsen te verzwaren, die al te maken hebben met een toenemend tekort en een grotere druk op hun spreekuren.

Afgezien van de gestelde doelstellingen betekent ReAT II vooral een verandering in filosofie: arbeidsongeschiktheid wordt niet langer beschouwd als een relatief stabiele toestand, maar als een situatie die regelmatig opnieuw moet worden beoordeeld met het oog op een terugkeer naar het werk zodra dit medisch mogelijk is.

“We zullen onze leden vanaf nu hierop wijzen, zodat zij nauw contact onderhouden met de behandelende arts die hun arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld. Hoe doeltreffender en persoonlijker de begeleiding van onze leden is, hoe groter hun kansen op re-integratie, rekening houdend met hun gezondheidstoestand”, besluit Elise Derroitte, directrice van de Christelijke Mutualiteiten.

BRON: MediQuality.be